Provincie: Nunspeet passeert ons bij meerdere ruimtelijke dossiers; burgemeester zet oordeel weg als ‘mening’

door | 11 mrt 2026 | Feitencheck, Gemeentebestuur, Politiek, Provincie Gelderland, Samenleving, Wet open overheid

Foto: College van burgemeester en wethouders Nunspeet | de Nunspeetse Buizerd

De gemeente Nunspeet wijzigde het bestemmingsplan voor gemeentelijke bosgrond in Natura-2000-gebied De Veluwe, waardoor gebruik van die grond door een manegebedrijf alsnog werd toegestaan. De provincie Gelderland bleek daarbij niet vooraf te zijn betrokken. Dat kwam aan het licht nadat onderzoeksjournalist Sandra Bonestroo hierover vragen stelde.

Binnen de provincie gingen toen de alarmbellen af. Het dossier werd zo gevoelig gevonden dat het hoogste provinciale bestuur, het college van Gedeputeerde Staten, moest vergaderen over het vrijgeven van documenten na een Woo-verzoek van Bonestroo. De wettelijke termijn om die documenten te verstrekken werd overschreden. Bonestroo moest uiteindelijk een formele ingebrekestelling sturen om de provincie tot actie te dwingen.

Bouwwerken zonder vergunning

Naast een manege aan de Belvédèrelaan ligt een perceel bosgrond dat eigendom is van de gemeente Nunspeet.

Op deze grond werd zonder omgevingsvergunning een deel van een buitenrijbak aangelegd. Later kwam daar ook een longeercirkel bij. In de koopovereenkomst staat dat een deel van de buitenrijbak en de longeercirkel op deze gemeentelijke grond liggen.

De gemeente had de mogelijkheid om hiertegen handhavend op te treden. In plaats daarvan besloot het college van burgemeester en wethouders, onder leiding van burgemeester Céline Blom, het bestemmingsplan te wijzigen en de grond te verkopen. Daardoor werd het bestaande gebruik alsnog toegestaan.

De kosten daarvoor kwamen voor rekening van de gemeente – en dus van de Nunspeetse belastingbetaler.

Provincie niet vooraf betrokken

Provinciale ambtenaren concludeerden na vragen van Bonestroo dat zij niet waren geraadpleegd, terwijl het perceel in of direct naast Natura-2000-gebied De Veluwe ligt.

Dat is opvallend omdat de gemeente in juli 2022 schriftelijk had toegezegd de provincie bij de bestemmingsplanwijziging te betrekken. In een e-mail schreef een gemeentelijk jurist dat de provincie ‘vanzelfsprekend’ zou worden betrokken.

Ondanks deze toezegging informeerde de gemeente de provincie niet voordat het besluit werd genomen.

In een brief aan het gemeentebestuur schrijft de provincie dat de gemeente ‘eigenhandig een toetsing heeft gedaan op provinciale belangen’. De brief werd namens het provinciebestuur verstuurd door de commissaris van de Koning.

Omdat het plan pas achteraf bij de provincie bekend werd, kon zij geen ‘reactieve aanwijzing’ meer geven. Dat is een zwaar instrument waarmee de provincie een gemeentelijk bestemmingsplan kan blokkeren.

Interne klachten bij de provincie

In een interne memo van de provincie, opgesteld ter voorbereiding van een telefoongesprek met de burgemeester van Nunspeet, staat:

‘Er zijn het afgelopen jaar meerdere gevallen geweest waarin wij werden gepasseerd of waarin ons advies niet accuraat werd opgepakt.’

De memo vermeldt verder:

‘Er is – tot op zekere hoogte – een relatie met het eerder aangeboden Zwartboek van het burgerinitiatief Helder Nunspeet. In het zwartboek staan gevallen van vermeend onjuist handelen van het gemeentebestuur m.b.t. onder meer bouwplannen, ruimtelijke ordening en grondzaken.’

Daarnaast staat in de memo:

‘Gezien het feit dat het niet de eerste keer is dat we worden gepasseerd, gezien de houding van de gemeente en de bovenstaande uitspraak van de wethouder (red: Groothuis) in deze betreffende casus, vinden wij het stevig aanspreken van de wethouder op zijn plaats.’

Legalisering maakt ingrijpen onmogelijk

De provincie legt in dezelfde memo ook uit waarom zij uiteindelijk niet kon ingrijpen:

‘In de situatie dat de gemeente niet was overgegaan tot legalisering – door wijziging bestemmingsplan – en de gemeente niet zou willen handhaven, dan hadden we onze IBT-rol (red: Inter Bestuurlijk Toezicht) kunnen oppakken. Ook de gemeente heeft een beginselplicht – in dit geval gebruik in strijd met het bestemmingsplan – tot handhaven. Maar door het legaliseren van de illegale situatie hoeft de gemeente niet meer te handhaven en kunnen wij de gemeente niet meer aanspreken op taakverwaarlozing.’

Onenigheid over natuurcompensatie

Op vragen van Bonestroo stelde wethouder Groothuis dat volgens adviesbureau Blom Ecologie geen natuurcompensatie nodig was.

De provincie spreekt dat tegen. In een brief schrijft zij dat de gemeente ten onrechte concludeert dat compensatie niet nodig is en dat door het plan een provinciaal natuurbelang wordt geraakt.

Raad legaliseerde vier keer meer grond dan onderzocht

De gemeenteraad werd gevraagd in te stemmen met het legaliseren van een longeercirkel van ongeveer 150 vierkante meter. Het ecologisch onderzoek dat bij het voorstel hoorde had ook alleen betrekking op dat oppervlak.

Met het raadsbesluit werd echter een perceel van ongeveer 610 vierkante meter gelegaliseerd.

Dat is ruim vier keer zoveel grond als waarover het ecologisch onderzoek ging. Dit grotere oppervlak is niet apart ecologisch onderzocht en werd niet expliciet als zodanig aan de raad voorgelegd door het college.

Daarmee werd gebruik van de grond voor activiteiten van het manegebedrijf toegestaan.

Adviesbureau Blom Ecologie reageerde niet op persvragen hierover.

De raad wist niet wat de wethouder wel wist

Groothuis beriep zich in de commissievergadering Ruimte en Wonen van 8 april 2024 op verjaring. De situatie was volgens hem “al heel lang geleden” ontstaan – hij corrigeerde zichzelf daarna naar “iets minder lang geleden.”

Uit interne gemeentelijke stukken blijkt dat zijn eigen ambtenaren dit al hadden uitgezocht. In augustus 2023, stelde een medewerker via satellietbeelden vast: de longeercirkel dateert uit 2018. Van verjaring is in de wet pas sprake na tientallen jaren.

De raadsleden stemden in. Ze wisten niet dat de wethouder beschikte over informatie die zijn eigen argument onderuithaalde.

Politiek-bestuurlijke onrust

Binnen de provincie werd de kwestie als ernstig beoordeeld. In interne stukken wordt de zaak omschreven als politiek-bestuurlijk gevoelig.

In een interne e-mail staat dat de gedeputeerde wilde weten:

‘Hoe boos moet ik worden op de wethouder van Nunspeet en hoe verhoudt zich dit tot onze reactie naar andere gemeenten?’

Verkoop van gemeentelijke grond

Na het raadsbesluit verkocht de gemeente het perceel voor 35 euro per vierkante meter, in totaal voor 21.350 euro.

Volgens wethouder Groothuis is de verkoopprijs gebaseerd op een taxatie door een onafhankelijke deskundige.

In het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs staat de betrokken makelaar geregistreerd met de specialisatie ‘kamer wonen’. Voor taxaties van bos- of natuurgrond worden vaak rentmeesters of specialisten in landelijk vastgoed ingeschakeld.

De verkoopprijs volgens de koopovereenkomst was 35 euro per vierkante meter. Dat is precies het tarief dat de gemeente volgens haar Nota Grondprijzen 2024-2025* hanteert voor niet-commerciële sportvoorzieningen, zoals een openbaar speelveld.

Een manege met commerciële activiteiten valt daar niet onder. Voor commerciële voorzieningen schrijft de gemeente taxatie voor.

*De Nota Grondprijzen uit 2022, die gold bij de verkoop, is niet meer online beschikbaar.

De koopovereenkomst claimt dat de prijs van 35 euro per vierkante meter is gebaseerd op de taxatie maar het taxatierapport onderbouwt die prijs niet.

In het taxatierapport staat bovendien dat een taxateur vooraf moet worden geïnformeerd wanneer een toekomstige bestemmingswijziging te verwachten is. In dat geval moeten twee waardes worden vastgesteld: één voor de huidige bestemming en één voor de situatie ná de wijziging.

Dat gebeurde in dit dossier niet.

Didam-arrest en transparantie

Sinds het Didam-arrest van de Hoge Raad moeten gemeenten openheid geven wanneer zij grond aan één partij willen verkopen. Overheden moeten daarbij aan de inwoners uitleggen waarom er maar één serieuze koper is.

Uit het collegebesluit van 4 juli 2022 blijkt dat het college zelf vaststelde dat niet werd voldaan aan de vereisten van het Didam-arrest. Toch ging het college akkoord met de verkoop.

De manegehouder kreeg de gelegenheid om te reageren maar maakte daarvan geen gebruik.

Reactie burgemeester

Op vragen van Bonestroo reageerde burgemeester Blom dat de conclusie dat Nunspeet de provincie vaker zou hebben gepasseerd volgens haar niet op feiten is gebaseerd.

Blom schrijft:

‘Uit de informatie van de provincie blijkt slechts dat de provincie van mening was dat de gemeente de provincie vaker heeft gepasseerd.’

In het Woo-besluit van de provincie is deze passage niet zwartgelakt. Volgens de Wet open overheid mogen meningen worden weggelakt maar feiten niet. De zin dat de gemeente Nunspeet de provincie vaker heeft gepasseerd of waarin haar advies (red: van de provincie) niet accuraat werd opgepakt bleef staan. De provincie behandelt die passage dus als feitelijke informatie.

Naar aanleiding van de reactie van burgemeester Blom controleerde Bonestroo bij de provincie in welke dossiers de gemeente Nunspeet de provincie nog meer had gepasseerd of haar advies niet accuraat had opgepakt.

Uit antwoord van de provincie blijkt dat dit, naast dit Belvédèrelaan-dossier en de schuilstallen Hulshorster Enk ook speelde bij het dossier functieverandering Veelhorsterweg 21-23 in Nunspeet.

Bestuurlijke duiding

De gang van zaken werd geduid door dr. Toon Kerkhoff, universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en opleidingsdirecteur bij het Instituut Bestuurskunde. Hij doet onderzoek naar de werking van openbaar bestuur, bestuurlijke integriteit en toezicht op gemeenten.

Volgens Kerkhoff is dit ‘zonder meer een interessante casus’ omdat de zaak op meerdere punten vragen oproept.

Zo wijst hij op de verhouding tussen de wethouder en het college van burgemeester en wethouders.

Ook stelt hij de vraag in hoeverre de burgemeester hier nog controle heeft.

Daarnaast plaatst hij vraagtekens bij de relatie tussen de gemeente Nunspeet en de provincie Gelderland. Volgens Kerkhoff lijkt het erop dat het tussen beide bestuurslagen ‘helemaal niet goed loopt’.

Daardoor wordt volgens hem een breuk zichtbaar in het zogeheten Huis van Thorbecke, het systeem waarin taken zijn verdeeld tussen gemeenten, provincies en het Rijk. Gemeenten nemen besluiten over ruimtelijke plannen maar de provincie houdt toezicht.

Volgens Kerkhoff is het bovendien problematisch wanneer vastgestelde bevindingen van een toezichthouder als een mening worden weggezet.

Verder stelt hij de vraag of hier alleen sprake is van bestuurlijk onvermogen (slecht bestuur), of ook van bestuurlijke onwil of gebrek aan integriteit.

Risico op netwerkcorruptie

Kerkhoff wijst daarnaast op het risico van netwerkcorruptie. Daarmee bedoelt hij geen strafbare feiten, maar situaties waarin informele relaties en loyaliteiten binnen bestuurlijke netwerken invloed krijgen op besluitvorming. ‘Vanwaar bijvoorbeeld die financiële bevoordeling? Zijn er banden tussen wethouder en manege?’

Netwerkcorruptie is een begrip dat in 2018 werd geïntroduceerd door Willeke Slingerland in haar proefschrift aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is een Nederlandse wetenschapper en werkt als lector sociale cohesie en de democratische rechtsstaat verbonden aan de Hogeschool Utrecht. 

Typische kenmerken van netwerkcorruptie zijn het niet horen van kritiek van wie niet tot het netwerk hoort, het uitsluiten uit het netwerk van wie kritiek levert, en het handhaven van een netwerk van gelijkgestemden, die dezelfde taal spreken.

Dit resulteert dan in het toekennen van commerciële opdrachten aan steeds dezelfde, vertrouwde bedrijven, het zo lang mogelijk negeren van opdoemende problemen, het waar enigszins mogelijk vergoelijken of toedekken van fouten door of schandalen betreffende netwerkgenoten, het onmogelijk maken van werkelijke inspraak door burgers, en uiteindelijk het verlies van vertrouwen onder burgers in de politiek.

Tijdens de commissievergadering op 8 april 2024 verklaarde wethouder Groothuis dat hij regelmatig bij de manege is geweest vanwege een persoonlijke interesse in paarden.

Kerkhoff stelt dat de persoonlijke betrokkenheid van de wethouder bij de manege ‘echt al genoeg aanleiding had moeten geven om dit dossier niet te behandelen, om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden’.

Raad aan zet

De provincie kan het besluit niet meer terugdraaien.

Volgens bestuurskundige Toon Kerkhoff is de gemeenteraad daarom nu aan zet. De raad is de enige die het college en de wethouder daadwerkelijk ter verantwoording kan roepen.

Daarmee roept deze zaak vragen op over transparantie, het functioneren van provinciaal toezicht, de informatiepositie van de gemeenteraad en het risico van netwerkcorruptie in het lokale bestuur.

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Help mee aan onafhankelijke onderzoeksjournalistiek!

Waar andere media stoppen bij het nieuws van de dag, graven wij dieper. Wij investeren maanden in onderzoek om misstanden bloot te leggen.
Geen adverteerder of subsidie bepaalt onze koers: wij werken voor jou, de lezer die de waarheid wil kennen.
Jouw steun is onmisbaar voor onze missie.
Draag jij bij? Doneer nu en maak het verschil!

Vind snel wat je zoekt:

Klik op een categorie en ontdek alle berichten over jouw favoriete onderwerp!